Anti-Koninginnedag

We waren allemaal bijna twintig en hadden de gretigheid naar het leven die bij die leeftijd hoort. Nog studerend of net aan onze eerste baan begonnen, gelovend in die ene en eeuwige liefde. Ingewikkeld zou pas veel later komen, daden leken zonder consequenties. De wereld was er om te veroveren.

Koninginnedag moest anders, vonden we. Op de kaart van Nederland prikten een plaats met onze ogen dicht. Het werd een gehucht vlakbij Utrecht. We verzamelden bij N om 11 uur, alleen tegen B zeiden we dat we om 10.30 uur hadden afgesproken. Zo was iedereen er om 11 uur. In twee kleine rode autootjes, geleend van twee moeders, reden we naar de uitgekozen plek die onverwachts mooi bleek. In het gras, onder wat bomen en naast een meertje lachten we, praatten we, viel B uit een boom, maakte ik met mijn vingers als enige keukengerei tompoucen van het Aldi-bouwpakket, werden we roezig van de rosé.

Later in de middag verdween het zonnetje achter de wolken. We deden onze truien aan, aten de laatste restjes chips en keken naar de weerspiegeling van de wolken in het meertje. ‘Wat doen we over tien jaar?’, vroeg N, ‘vieren we dan nog steeds ‘anti-Koninginnedag?’ ‘Tuurlijk!’, riep ik, vastbesloten en idealistisch. ‘Dit, wij-hier-ons, dat blijft altijd.’

Inmiddels is het twintig jaar later. Onze vrijgezellen hebben vaste relaties, één van ons is geëmigreerd naar een land aan de andere kant van de wereld. De relaties van toen zijn over, er zijn nieuwe voor in de plaats gekomen. Er zijn kinderen, minder haar en meer kilo’s. Zelfs Koninginnedag bestaat niet meer. We spreken elkaar niet vaak meer, maar wanneer we elkaar spreken is er altijd wel iemand die zegt ‘Weet je nog?’. Dan glimlachen we, en voelen ons weer even zoals toen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *