Kwijt

Ik ben mezelf kwijt. Opnieuw. Tijdens een etentje met twee vriendinnen ben ik opeens verdwenen, zonder nader bericht. Mijn lijf voelt leeg. En blijkbaar heb ik de deur ergens op een kier laten staan, want Mening, Verwachting en Gevoel genieten van de ruimte. Ze cirkelden al een tijdje als aasgieren om me heen, nu strijden ze met elkaar om de beste plek in mijn lichaam.

Aan de buitenkant zie je niks van die innerlijke strijd. Verbaasd bestudeer ik op het toilet mijn spiegelbeeld, in de hoop dat het iets prijsgeeft over waar ik ben. Het moedervlekje op mijn wang. Mijn kleine, blauwgrijze ogen. Mijn stevige onderlip. Het blonde, springerige haar. Maar ik hoor alleen de bijtende woorden van Mening. ‘Je bent te dik, ik zie vetrolletjes door je shirt heen! Wát een rimpeltjes om je ogen. Je had vorige week al bij de kapper moeten zitten!’

Ik draai me weg van de spiegel voor ze het volgende salvo afvuurt. Ik moet mezelf zien terug te vinden. Nu ben ik als een huis zonder stoffering, waar kaal beton het schrille stemgeluid van Mening weerkaatst. Wanneer heb ik mezelf voor het laatst gezien?

Ik loop het toilet uit en voel hoe Verwachting mijn gezicht in een glimlach wringt. Ze duwt mijn verdriet en zorgen zonder mededogen weg en overhandigt de tekst van ‘de gezellige vriendin’. Dus luister ik, ik troost, ik lach en vraag. Hoe beter ik mijn rol speel, hoe harder Verwachting juicht. Ondertussen en onzichtbaar demp ik mijn verdriet met veel meer eten dan ik op kan. Terug op de fiets huil ik. Verwachting lacht: zij heeft gewonnen.

De volgende ochtend ben ik nog steeds weg. Ik probeer Mening te negeren als ik mijn rode jurkje uit de kast pak. Als ik weg ben, moet kleding maar kleur brengen. Verwachting knikt instemmend. Gevoel is inmiddels ongeduldig geworden en slaat toe zodra het kan. Collega H. vertelt over haar scheiding even later stampt Gevoel gniffelend op mijn maag, trekt aan mijn schouders en balt mijn vuisten. Was ik er geweest, dan had ik ‘STOP!!!’ geschreeuwd, maar ik ben er niet. H.’s woorden spoelen als een zwarte waterval van verdriet, woede en pijn door me heen. Terwijl Gevoel geniet alsof ze in een warm bad met geurig schuim ligt, voel ik dat het zuur van de woorden me van binnen steeds verder uitbijt.

Ik sleep me door de dag. Gek genoeg zijn het juist Mening, Verwachting en Gevoel die me op de been houden. Ze maken keuzes, vormen woorden, bepalen mijn handelen. Ik laat ze, terwijl ik ergens achterin mijn hoofd, uit het zicht, een coup voorbereid.

Het moeilijkste is het begin. Ik moet ze verrassen. Terwijl Mening, Verwachting en Gevoel ruziën over wie nu aan de beurt is ren ik razendsnel de kantoortrap af. Geen jas, dat zou teveel van mijn plannen prijsgeven. Ik grijp mijn fiets en race de regen in. Mijn benen pompen, de wind blaast. Doornat en hijgend kom ik aan bij het strand. Ik gooi mijn fiets neer, trap mijn schoenen uit en ren naar zee. Er is niemand, de lucht is donker en wijds. Ik zuig mijn longen vol met zuurstof, voel me vrij… en kom voorzichtig tevoorschijn.

‘Welkom terug’, fluister ik tegen mezelf, ‘ik heb je gemist. Ik snap dat je weg wilde, maar ik heb je nodig. Alleen jij kan Mening, Verwachting en Gevoel aan. Wil je het alsjeblieft nog een keer proberen?’ De wind blaast, maar ik sta stevig. Mening, Verwachting en Gevoel zoeken timide een plekje op aan de rand van mijn lijf. Heel even voel ik me supervrouw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *